Experimentenman Piet van den Heuvel maakte montage portretten van honderdvijftig politici in 1971. Of je nou van de hond of van de kat gebeten wordt, het is allemaal een pot nat.

Piet van den Heuvel, Haags kunstenaar die zich liever "experimentenman" noemt, beeldt dat veelgehoorde gezegde op zijn manier uit.
Na Rotterdam (t Venster) hangt het resultaat thans in de foyer van Kriterion Amsterdam.

"Vervelende rotkoppen"
Zo noemen de mensen zijn portretten van Tweede Kamerleden. "The Second Room" zegt Piet zelf. Dat klinkt leuker, want het is al saai genoeg".

Dubbelportretten zijn het, en ook weer niet. Elk portret is een montage van twee portretten. Voorbeeld: Biesheuvel met Roodvink in een kop. De maker: "Biesvink zou je kunnen zeggen".

Op deze wijze heeft hij alle Kamerleden met elkaar versmolten. Overigens weet hij niet meer zo precies wie met wie werd gecombineerd. "Schmelzer heb ik de ogen van een Boerenpartij-lid gegeven". De koppen zijn voor de verkiezingen gemaakt, dus het hoeft Koekoek niet te zijn.

Hij is niet zo sterk in namen. "Die kerels lijken allemaal op elkaar, dasje, brilletje, nette haartjes". Hij had er eigenlijk net zo goed een kop van kunnen maken, een verschrikkelijke montage van 150 politici. "Misschien doe ik dat nog wel eens, want de bedoeling van deze expositie is dat hij steeds verandert". Hierna gaat The Second Room naar Den Haag of Groningen. Dan komen er foto's bij te hangen van stukjes Amsterdam. Ik heb op een heleboel plaatsen de verkiezingsaffiches beplakt met affiches van deze tentoonstelling en daar weer foto's van gemaakt.

Hij heeft alweer afstand genomen van de mannetjes die in Nederland politiek maken, op wie hij een dozijn kroontjespennen versleet. Wanneer we hem dan toch naar de namen vragen van sommige dubbelkoppen, dreigt hij even in paniek te slaan. Dan erkent hij ruiterlijk: "Ik zou het thuis moeten onderzoeken, ik weet het niet meer". Het zijn voor hem en hij neemt aan voor velen van ons, allemaal Biesvinken. Meer heeft hij met de montage-portretten niet willen zeggen".

Hij is trouwens allang weer door iets anders "bezeten". Iets wat er snel "uit" moet, want er zijn nog zoveel dingen die hem bezighouden. Zo anders is dat "iets anders" ook weer niet. Het worden weer tekeningen van mannetjes die allemaal op elkaar lijken. Automobilisten.

Kereltjes die van punt A naar punt B razen, met een verbeten blik in hun ogen, ze zien de bomen en huizen niet meer die ze passeren. Ze weten niet eens het verschil meer tussen een auto en een boom. Een hekel aan auto's of automobilisten heeft hij niet. "Ik lift vaak". Wat hij met zijn koppen van automobilisten wil, is dit: "Ze weer bewust maken dat ze levende wezens zijn. Hen de bomen, de bloemen en de vogels weer laten zien."

Het is duidelijk hoe hij er op gekomen is, hij is er nog diep van onder de indruk. Zondag jongstlede is z'n hond, Spits, platgereden. "Hartstikke dood". Met het kadaver in z'n armen is hij naar huis gelift. "Ik zie het nog steeds voor me hoe het gebeurde". Toch geen hekel aan auto's? "Nee, ik geloof het niet, ze moeten er nou eenmaal zijn en ik ben niet tegen vooruitgang. Ik heb alleen een hekel aan saaie, vervelende mensen.
Establishement-figuren die geen idee hebben waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Hairspray bijvoorbeeld, waarom moeten er 44 verschillende spuitbussen hairspray zijn? Ik heb ook niet tegen hairspray hoor, maar een merk lijkt me meer dan zat".

Terug naar de politici naar de koppen van 150 Kamerleden die door versmelting, zo u wilt "verSchmelzering" karikaturen zijn geworden. Een "frisse" jongen als Van Mierlo is niet makkelijk terug te vinden. Piet weet waarom: "Toen hij pas begon viel hij nog op met z'n jongensachtig uiterlijk, hij had een paar jaar geleden nog geen vervelende kop. Nu staat hij al veel dichter bij de rest en over een paar jaar is er geen verschil meer tussen hem en al die anderen".

Dat geldt, vindt hij, ook voor iemand als Roel van Duyn, die hij binnenkort wil tekenen. "Niet omdat het Roel is hoor, want het is best een aardige jongen, maar over twintig jaar lijkt hij ook op de rest".

Saaie, vervelende rotkoppen. Het publiek dat in Kriterion een filmpje komt pikken, zal zich wat leukers kunnen voorstellen. Piet. "Inderdaad, ze zeggen allemaal: waarom al die rotkoppen? Waarom teken je geen lekkere wijven, naakt?".

Ja, waarom eigenlijk niet? "Dat vindt ik onderwerpen die te veel voor de hand liggen"
Probleem voor Piet, docent experimenteren (foto, film, tekenen, collages maken) aan de Vrije Academie in Den Haag: "Hoe bereik ik het publiek dat ik iets te vertellen heb?"
Die automobilisten bijvoorbeeld, waar zullen ze iets komen bekijken als ze nog kijken kunnen? In benzine-stations misschien, in autoshops.'t Zal wel weer een bioscoopfoyer worden. "Dat is in ieder geval doeltreffender dan in een galerie of museum. Hoewel, zo'n wandje in het Stedelijk zou ook niet gek zijn". Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Wat hij ook maakt: poppen, levensgroot van volieregaas. "Ik buig het gaas om een mens heen, knip het voorzichtig los, laat die mens eruit stappen en maak het voorzichtig weer dicht." Soms beplakt hij zijn poppen, met papier of textiel.

Net af is "jongen met bromfiets", als chocoladehaasje helemaal met zilverpapier beplakt. Zoals dat chocoladehaasje zou hij zijn poppen in etalages van winkels willen zetten. Hoe vertel ik het de mensen, dat is de kunst.
Articles
 

Fly with Napaku

Napaku (1935-2004), the oldest "tagger" from The Hague, illustrator, collage-maker, painter, airplane-builder and open-air-writer.
We invite you on a journey through the works of Piet van den Heuvel, Napaku.
 
 Designed by cmspresso © 2017